Ik zat me deze ochtend in eerste instantie nog te verbazen dat de heenreis op dag 1 volledig zonder vertraging was verlopen. En dat voor een rit van 700 km met historisch materieel, waarvan 200 km met stoomtractie, waarvan ook een deel voor het eerst in Duitsland. Als dat al allemaal goed is gegaan, dan zal de rest ook wel soepeltjes verlopen dacht ik. Dus met frisse moed aan een stevig ontbijt, toen leden van de organisatie aan onze tafel kwamen. Zij verzochten ons met redelijke ernst om snel ons ontbijt af te ronden en naar het station te gaan. De trein kon namelijk niet weg van het goederen opstelterrein in Freiburg, waar de trein voor de nacht gestald was. De reden was dat de seinhuiswachter spoorloos was, en deze zou tot 12 uur ‘s middags dienst hebben voordat iemand anders het zou overnemen. Ja, in Duitsland gebruiken ze nog seinhuizen die opstelterreinen bedienen en hiervoor moet er dus een seinhuiswachter aanwezig zijn. We vermoedden dat deze seinhuiswachter ongeveer net zo oud is als het seinhuis zelf. Zie deze persoon vervolgens maar eens te bereiken…

 

Als we pas om 12 uur zouden vertrekken, hadden we helemaal geen tijd meer gehad om Luzern te bezoeken. In ieder geval moesten we z.s.m. naar het station om reizigers op te vangen en te informeren. De meeste reizigers waren echter aan het wachten op sprinterstation Freiburg Herdern, aangezien hun hotels hier dichterbij waren. De medewerkers die ook op Herdern aanwezig waren moesten deze groep reizigers herderen (badum-tsss) en naar Freiburg Hbf sturen met het regionale treinen. Op Freiburg Hbf stonden wij om iedereen naar 1 perron te sturen.

 

Zo hadden we alle ca. 350 reizigers en 100 vrijwilligers bij elkaar om zo effectief te kunnen inspelen op de situatie. En toen begon het lange wachten. Na ongeveer een uur was ik de uitverkorene die mocht rond roeptoeteren dat we eigenlijk nog steeds niks wisten en iedereen vooral op het perron moest blijven. Niet lang hierna kregen we echter bericht dat de trein toch in beweging was! Ik heb me laten vertellen dat de organisatie de seinhuiswachter door de telefoon heeft getrokken, zodat hij toch de wissels kon bedienen. Nu duurde het nog een half uurtje voordat de trein daadwerkelijk op Hbf aankwam, omdat de locomotief ook nog ergens om de trein heen moest. Uiteindelijk konden we met 90 minuten vertraging dan toch echt op pad richting Luzern. Oorspronkelijk was dit gepland over de toeristische route. Dit is echter ook een langzame route en om tijd te winnen, werd besloten om over de nieuwere en snellere route te rijden. Dit is echter een zogenoemd noodremoverbruggingstraject (NBÜ).

 

Op dit soort trajecten kom je in geval van een noodsituatie liever niet tot stilstand, aangezien hulpdiensten de trein hier niet kunnen bereiken (denk aan tunnels en viaducten). In moderne treinen kan de machinist een noodremming zelf overbruggen. In onze historische trein zit zo’n systeem niet, maar d.m.v. een wettelijke uitzondering mogen we toch over dit soort stukken rijden, zolang visueel en auditief kenbaar maken dat er niet aan de noodrem getrokken mag worden.

 

Eigenlijk zouden we echter pas op dag 3 over een NBU-route rijden. Nu moesten we ons op dag 2 ineens opmaken voor deze procedure. Dit betekent in de praktijk dat er bij elke noodremhendel, waarvan 96 stuks aanwezig in de hele trein, een bordje moet worden opgehangen waarop staat dat er niet aan getrokken mag worden. Ook moeten de reizigers worden geïnstrueerd wat te doen bij een noodsituatie. Deze plotselinge wending zorgde natuurlijk voor de nodige haast en urgentie bij de verantwoordelijke mensen. En toen kwam het werkelijke NBÜ stuk; dit bleek te zijn, hou je vast, een tunnel van 8 km. Hier waren we natuurlijk binnen no-time zonder problemen doorheen, dus een hoop gedoe voor weinig kilometers. Maar regels zijn regels en de procedures dienen natuurlijk opgevolgd te worden.

 

Vervolgens gingen we de grens over, wat ook een bijzondere primeur is aangezien de SSN nog nooit in Zwitserland was geweest. Uiteindelijk kwamen we in Basel Hbf aan, waar de e-loc werd uitgewisseld voor de Franse superstomer 241 A65. Dit is momenteel Europa’s grootste en sterkste rijvaardige stoomlocomotief, en dus verwacht je een machtig spektakel met oorverdovend geluid. Niet is echter minder waar, want bij het eerste vertrek was het al van ‘Hoor jij wat?’. Pas bij helling omhoog was er iets wan uitlaatslagen te horen bij het eerste raam achter de locomotief. Dit komt doordat het een zeer efficiënte locomotief is, waarbij de energie van de stoom tot het uiterste wordt gebruikt voor de voortstuwing, en er dus bijna geen energie over blijft als de stoom uit de schoorsteen schiet, oftewel weinig geluid. Dit mocht de pret echter niet drukken en dus tuften we vrolijk door het glooiende Zwitserse voor-Alpen landschap.

 

Om nog meer tijd te winnen, werd station Zugersee overgeslagen. In plaats van hier te stoppen, reden we hier helemaal niet langs. Toen we bijna in Luzern kwamen, was er ineens een bijzonder klankenspel waarneembaar. Het bleek dat we langs een 7-koppig koor van mannen die Alpenhoorns bespeelden reden. Dit optreden was stiekem geregeld door 1 iemand van de organisatie. Eigenlijk was gepland dat deze mannen stonden te spelen op station Zugersee, dat station wat we hadden overgeslagen. Door snelle actie is het toch nog gelukt om dit koor met de naar schatting 3 meter lange Alpenhoorns naar een station de laten verplaatsen waar we wel langsreden, waardoor dit extraatje niet helemaal in het water viel. Hulde!

 

Uiteindelijk kwamen we met +45 aan in Luzern. Ikzelf ben bij het Verkehrshaus uitgestapt, een enorm museum over transport. Het was hier alleen wel vooral interessant hoe ik me tussen alle kinderen door kon transporteren. Tussen de vele interactieve spelletjes stonden de museale attributen toch een beetje op de achtergrond. Op gegeven moment was het tijd om weer terug naar de trein te gaan. Vanaf Luzern Hbf zoefde we vervolgens in ordentelijke vaart weer terug naar Basel Hbf, waar we afscheid namen van de 241 A65 en de E10 weer voor de trein kwam voor het laatste stuk terug naar Freiburg.

 

Op dit stuk kwam het verzoek of we wederom de snelle NBÜ route konden rijden. Dus werden vervolgens met enige spoed de procedures uitgevoerd en alle 96 bordjes weer opgehangen. Na de heenreis waren we nu goed op de hoogte van wat komen ging, alleen kwam dat niet, omdat op het laatste moment het bericht kwam dat we toch niet over de NBÜ route gingen. Het houd je bezig zeg maar…

 

Eenmaal bijna in Freiburg bleek dat het bier en andere essentials bijna op waren. En dus kwam het verzoek of ik mee wilde gaan boodschappen doen bij de lokale buurtsuper. Natuurlijk, al betekende dat wel het opgeven van een avondje Freiburg. Maar zo’n improvisatie actie vind ik altijd wel leuk. Eerst moesten we met z’n vieren nog even de bus, die voor deze reis voor personeelsritten was gehuurd, ophalen van het goederen opstelterrein, dus de reflecterende hesjes aan. Oh ja en nog een stukje lopen vanaf Freiburg Herdern. Tot iemand op het laatste moment zei dat we in Freiburg Hbf al eruit moesten omdat dat dichter bij was. Het bleek nog vrij ver lopen te zijn en waar kwamen we halverwege zowat langs… natuurlijk, Freiburg Herdern. Bedankt nog voor de tip. Na de marathon naar het opstelterrein hadden we eindelijk de bus in ons bezit (we hadden de seinhuiswachter gelukkig niet nodig) en zijn we naar de REWE gereden. Hier aangekomen hadden we de hesjes nog aan. “Zullen we die uit doen?”, “Nehhh”. En dus zijn we met z’n vieren met reflecterende hesjes en 4 winkelkarretjes de winkel binnen gebanjerd. U begrijpt dat we hiermee de grootste lol hadden.

 

In de REWE hebben we vervolgens zeer specifiek bepaalde schappen geplunderd. Onder andere hadden we 16 kratten Freiburger Pils, 20 flessen wijn en alle hamburger broodjes. De vakkenvuller van dienst mompelde iets in het chagarijns, maar wij hadden dikke pret. We hadden immers hesjes aan, dus het was belangrijk. De winkelwagentjes waren uiteindelijk zo vol dat het leek op hoe een tender volledig met kolen afgetopt kan worden. We waren een beetje bang voor een nog chagrijnigere kassière. Die had echter wel zin in een afwijkende werkactie, en begon naarstig met bliepen. En genieten dat ze deed, soms melig naar het totaalbedrag kijkend en zeggen “ohh, 200 euro”, “300 euro”, “400 euro”… Uiteindelijk stopte de teller bij 777 euro. Vervolgens alles netjes ingeladen in de bus en vertrokken richting het opstelterrein.

 

We waren enigszins bang dat de trein ver weg zou staan van waar we met de bus konden komen, dat er niemand zou zijn om ons te helpen en dat we dus eindeloos bezig zouden zijn om alles de trein in te verslepen door de ballast. Toen we het opstelterrein opdraaiden en de lampen van de bus op de trein gericht waren, zagen we ineens een zwerm van zo’n 15 hesjes opdoemen. Wat een opluchting! Al deze mensen waren de deurwachten en zij zijn tot het opstelterrein meegegaan en blijven wachten om ons te helpen uitladen. De trein werd nog even zo ver mogelijk naar het sein gerangeerd zodat de afstand naar de Mitropa zo kort mogelijk was, en toen was het uitladen ook zo gepiept. Vervolgens was er nog een medewerker die ons met de bus naar het hotel wilde taxiën. Dat zal die geen tweede keer doen, want de groep was inmiddels zo melig dat massaal door iedereen verkeersaanwijzingen werden gegeven. “LINKS!”, “NEE RECHTS”, “KIJK UIT FLITSER”, “RIJ EENS DOOR MAN”. Na een paar omwegen en een ingetogen chauffeur zijn we toch afgezet bij het hotel. “Bedankt en sorry hè!”. In de lobby de dag nog even afgesloten onder het genot van ons net aangeschafte Freiburger Pils, die ook werd goedgekeurd. Dit was de afsluiting van een zeer gebeurtenisvolle dag waarbij we enorm veel lol hebben beleefd. Iedereen nog bedankt!