“Wat dacht je van een ritje naar Zwitserland?”

Zo begon de conversatie van een goede vriend over de SSN-reis. We hebben jaren geleden Technische Natuurkunde gestudeerd in Rijswijk en woonden in hetzelfde studentenhuis. Hij is al een tijdje vrijwilliger op het Stoomdepot. En probeert me ervan te overtuigen dat deze hobby ook iets voor mij is. Ik werkte eerst bij een scheepsleverancier van oa. onderdelen voor stoomsystemen en nu in de afsluiter revisie vaak voor stoomsystemen. Eigenlijk was altijd mijn antwoord: “Nee, dat lijkt veel te veel op werk”.

Hij had me nog niet kunnen overhalen om op zaterdag te helpen poetsen aan de trein. Maar een meerdaagse reis naar Zwitserland? Dat klinkt een stuk interessanter.

 

Op donderdagochtend verzamelen op het stoomdepot. Ik liet me brengen, en halen, want zondag kon weleens een lange dag worden. Bij aankomst staat de stoomlocomotief al gereed en dat geeft een imposant gezicht. Mijn vriend was snel gevonden. En hij begon me direct voor te stellen aan diverse personen. Ik ben nooit goed geweest in het onthouden van namen, dus het was een welkome verrassing dat een ieders naam op zijn medewerkers badge staat vermeld.

Na het welkomstwoord van Esther konden we op zoek gaan naar een plekje in de medewerkers ‘BM’. Dit was niet de eerste keer dat er jargon op me af kwam vanochtend, maar wel het moment dat ik besefte dat ik in het spreektaaltje achterloop. Snel bijleren is dan de beste oplossing. “Ik heb een coupe uitgezocht met soortgenoten”, was de opmerking van Arnout toen we de wagon bestegen. Soortgenoten? Zijn dat leeftijdsgenoten, Lotgenoten? Generatiegenoten is de beste omschrijving waar ik op land.

 

Na hartelijke introducties gingen de gesprekken gelijk over op de orde van de dag. Ik nam dat maar als teken dat ik direct geaccepteerd werd als geïntegreerde medevrijwilliger.

Veel tijd was er echter niet, want op Rotterdam Centraal wachten we direct aan de slag op bagage aan te nemen. Na het plaatsen van meer rollators dan hutkoffers in de bagagecoupe op diverse stations was het werk voor vandaag gedaan, dachten we. “In dit tempo houden we zo’n weekend makkelijk vol”,waren de epische laatste woorden die ik daarover sprak.

 

We kregen ieder een ander slot voor het eten in de ‘Mitropa’. Ik knoopte tijdens het eten een gesprek aan met een vrijwilliger die dezelfde studie als mij afrondde in mijn geboortejaar. En ik voel me soms al oud… Tijdens de wisseling naar de volgende eetgroep bleek de aflossing van de minibar in de ‘K1’ niet gevonden te worden. Ik bood me aan daar in te springen en vertrok naar het begin van de trein. De verkoop was in volle gang dus het werk ging van 0-100 in 1 sec. Na een kwartiertje bleek de andere vrijwilliger ook nog niet gegeten te hebben. Hij kon afgelost worden door mijn vriend. Dus hadden we samen een extra dienst minibar te pakken.

 

De aluminium vliegtuigkarretjes die dienst doen als minibar zijn smaller dan de gangpaden. Maar vragen toch regelmatig wat geweld om door de relatief smalle gangetjes, balkons en balg te persen. Gelukkig is de sfeer onder de passagiers gelaten en willen veel mensen een praatje aanknopen bij het plaatsen van een bestelling. Daar krijgen we genoeg kans voor, want de dienst wordt doorsneden door de service in de ‘Rheingold’ en de bijbehorende wachtrijen door de hele trein.

 

Na de middag en avond de kar door de trein manoeuvreren was de aankomst op Freiburg Hauptbahnhof een welkome stop. Na het wachten op de kamersleutel en settelen in de hotelkamer, hebben we nog even nagedacht over een biertje. Maar het bed lonkte toch te hard na een lange voldoenende en vermoeiende dag, Daarnaast morgen weer fris en fruitig op staan voor een ontbijt en vroege start van de volgende dag!

 

Tijdens het ontbijt is de eetzaal druk als we binnen komen. Alle passagiers en vrijwilligers lijken met goede moed de volgende tocht te willen starten. Na het ontbijt hadden we geen haast om te vertrekken, er was toch voldoende tijd. Gisterenavond hadden we passagiers die slecht ter been zijn naar het hotel begeleid en verwachten dat vanochtend in omgekeerde volgorde te moeten doen. In de foyer werd ons dat inderdaad verzocht, met de opmerking: “Haast je maar niet want ik weet nog niet hoe laat de trein er zal zijn.”

 

Op het perron was het behoorlijk druk met wachtende reizigers. Allen bleven toch gelaten onder de eerste malheur van de reis: “Het zou geen SSN-reis zijn zonder dat het spaak loopt.”Stilstaand wachten is niet aan mij besteed dus liep wat rondes over het platform. Veel gezichten van gisteren, van zowel reizigers als vrijwilligers, konden nog wel een anekdote over of voortzetting van het gesprek van gisteren gebruiken. Na een uurtje wachten was de trein toch daar en met beetje handig begeleiden van de slecht lopende passagiers konden we de instaptijd van zo’n grote groep toch redelijk kort houden.

 

Onze bardienst was pas ‘s middags na het bezoek aan Luzern dus de ochtend konden we besteden aan het beter kennismaken met de directe coupe-genoten. Opvallend bij het aanrijden naar Zwitserland waren de treinspotters die ons stonden op te wachten. Vooral toen een spotter herkend werd als een SSN-vrijwilliger en er naar hem werd gezwaaid als een weerzien na een wereldreis.

 

Eenmaal in Zwitserland reden we soms langzaam langs weiden met koeien. Waarbij je zelfs de klingel van de koebel duidelijk kon horen. Een van coupe-genoten sprong bij iedere klingel naar het raam en exclameerde uit volle borst ‘Koe!’. Hij had duidelijk een voorkeur in landschap bepalende en kenmerkende Zwitserse tradities.

 

Na het middaguur waren we in Luzern en de tijd werd verdeeld tussen de bezienswaardigheden van de stad en het zoeken naar een lunch. Tijdens de lunch welke wel deelde met een grote groep vrijwilligers werd de volgende missie al aangeboden, de gevulde koeken moeten aangevuld worden. Gelukkig hebben ze ook supermarkten (Aldi) in Zwitserland dus dat probleem was snel getackeld. Net als het missen van een koude versnapering na de lunch dmv een doos met roomijsjes. Na een snel bezoek aan een Zwitserse souvenirshop voor snuisterijen voor het thuisfront (en een voor in de trein) zochten we snel het station op voor de rit terug naar Freiburg en de middagdienst aan de minibar.

 

We waren de laatste die een minibar kwamen halen en kregen dus weer de ‘K1’ toebedeeld. Met de ervaringen van de eerste dag durfden we te zeggen dat dat toch de lastigste wagons zijn om de service kar door heen te werken. De gevulde koeken hadden plaatsgemaakt voor suikerwafels van de Aldi. Die onder de noemer ‘echte zwitserse wafels’ gretig aftrek vonden als snack bij de frisdrank. Brusselse of Luikse wafels waren het allicht, maar een Zwitserse wafel ziet er toch anders uit. Desalniettemin ging de passagiers er lachend in mee.

Terug in Freiburg hadden we iets meer energie als de eerste dag en konden we nog een stadswandeling maken en de dag afsluiten met een biertje.

 

De tweede ochtend in de eetzaal van het hotel was het al een stuk rustiger. Velen hadden toch gemerkt dat de haast van de voorgaande dag niet nodig was en een ieder deed het rustiger aan. De trein was vanochtend wel op tijd en we waren als eerste in de coupe. Dus kon ik snel even de souvenir uit Zwitserland in de coupe ophangen. Welke onopgemerkt ging tot we langs een weide met koeien reden, ik op de Zwitserse koebel sloeg en luid exclameerde : ‘Koe!’ Verwarring en hilariteit alom. Maar ook een omarming van deze decoratie er werd zelfs een idee opgevat om meer souvenirs van andere steden te verzamelen waar de SSN-trein naar toe zal gaan. Het succes van deze kleine geste  bleek nog meer toen ook andere vrijwilligers gestrikt werden om bij het zien van een koe de bel te luiden. En dat werd naar onze verbazing, de verwarring bij ongewisse vrijwilligers en met enthousiasme van de geinstrueerde vrijwilliger met verve gedaan.

 

Na de middag bardienst werd gevraagd de trein te helpen schoonmaken, omdat men daar wat handjes te kort kwam. Na het verwisselen van vele vuilniszakjes en het opdweilen van enkele bier morsingen was het eten bij de Italiaan in de Duitse stad zeer welkom. Het navolgende biertje in een Duitse eetcafé en de bijbehorende kopstoot/duikboot maakten de dag af.  Morgen rijden we alweer naar huis, misschien toch maar even de reistas weer volproppen.

 

Op de reis terug naar Nederland verliep alles zoals de voorgaande 2 dagen. ‘S Ochtends kletsen en uit het raam turen. Soms even uit het raam hangen en naar de trein kijken. En toch weer iedere keer met verbazing staan kijken naar de grote groepen mensen die bij ieder station en zeker bij locomotief wissels op het perron en in de verre omgeving verzamelden. Het ‘oude’ materieel trekt niet alleen de aandacht van de treinfanaten in de trein, maar ook van velen waar deze langs rijdt.

 

De laatste bardienst werd vooral gekenmerkt door de omzet en het feit dat alles wat langzaam op raakte: Het gas dus geen warm water voor koffie of thee, versnaperingen (de Zwitserse wafels waren alweer op), koud bier (we haalden de koelkast sneller leeg dan dat deze gevuld kon worden) en later het bier zelf. De laatste volle krat werd gekocht door een passagier die het mee wilde nemen naar huis als souvenir. Wat een barvrijwilliger op een idee bracht en met een half krat de trein in trok en triomfantelijk met een lege krat retour kwam op ongeveer 15 minuten van Rotterdam Centraal.

 

Na het uitstappen op Rotterdam van de laatste passagiers konden ook wij aan het laatste stuk van deze reis terug naar het depot en terug naar huis beginnen. Na wat warm afscheid in de trein startte op het depot operatie ‘Stofwolk’ en waren de meeste vrijwilligers rap vertrokken naar een nachtje rust in eigen bed.

 

Het gedurende de dagen is mij uiteraard gevraagd of ik me nu ook ga inschrijven als vrijwilliger. Wellicht dat dat nog steeds te veel zou lijken op ‘werk’. Maar een treinreis zoals deze begeleiden  is wel een groot avontuur. Dus ik zou zeggen: Tot het volgende avontuur!